|
|
Het
Meru Nationaal Park kreeg wereldfaam dankzij Joy Adamson’s boek Born
Free, het verhaal van Elsa de leeuwin die weer in de vrije natuur werd
uitgezet. Hoewel Meru een van de belangrijkste en mooiste nationale
parken in Kenia is, ligt het buiten de gebruikelijke route die de meeste
toeristen volgen. Het is echter de moeite van een bezoek meer dan waard.
Meru bestaat een oppervlakte van 800 km2 en ligt ten oosten van Mount
Kenya, in het semi-aride gedeelte van het land. Het ligt aan weerzijden
van de evenaar en de hoogte varieert van duizend meter in de heuvels aan
de voet van het Nyambeni gebergte tot minder dan driehonderd meter aan
de Tana rivier in het zuiden.
De vegetatie bestaat uit struikgewas; in het noordoosten wordt het beeld
bepaald door grasland met lontarpalmen (Borassus) en acacia’s. De Tana,
waarin het hele jaar door water staat, is de langste rivier van Kenia en
zorgt voor volop water. Door het park stromen tal van andere kleine
rivieren. Sommige valleien staan in het regenseizoen deels onder water
en vormen zo een moerasachtige biotoop waarin Afrikaanse buffels en
waterbokken graag vertoeven.
De Fauna van Meru
Er zijn meestal grote aantallen Afrikaanse buffels te zien in de
moerassen en aan de Tana rivier en in de rivier leven nijlpaarden en
krokodillen. Vroeger kon men grote kudden olifanten zien in het
moerasgebied nabij de oude Meru Mulika Lodge, maar hun aantallen zijn
drastisch afgenomen door toedoen van stropers. Zwarte neushoorns waren
voorheen talrijk in het park, maar helaas hebben ook zij veel te lijden
gehad van stropers; hetzelfde geldt voor kleine beschermde groep witte
neushoorns die hier vanuit Zuid-Afrika naartoe gebracht waren in de hoop
dat ze zich in het reservaat zouden voortplanten. In 1988 werden de
laatste vijf dieren dor stropers gedood. In Meru leven dieren die
kanmerkend zijn voor de noordelijke gebieden van Kenia, zoals de
Grevy-zebra, spiesbok en de netgiraffe. Dik-diks, gerenuks (die het
zonder water kunnen stellen en dauwdruppels drinken) en de grote
katachtigen zijn talrijk, maar soms moeilijk te zien door het hogere
gras en dichte struikgewas. Elandantilopen en kongoni-hartebeesten
hebben een voorkeur voor vochtiger grasland. Kleine koedoes laten zich
’s avonds zien in het struikgewas of in de valleien.
Vogelliefhebbers moeten vooral letten op de vrij zeldzame palmgier (Gypohierax
angolensis), die zich voedt met palmnoten en aas. De palmgierzwaluw (Cypsiurus
parvus) bouwt zijn nest aan de onderkant van palmbladeren. Langs de Tana
rivier komen Pels visuil en de zeldzame watertrapper voor. De
watertrapper lijkt op een slanke eend met een lange hals of een kleine
aalscholver. Het is een zeer schuwe soort die meestal onder de
overhangende vegetatie langs de oever zwemt. Helm- en gierparelhoenders
(met lange, gestreepte halsveren) komen veel voor.
Het park is in geologisch opzicht ook zeer interessant. Het grootste
deel van het landoppervlak bestaat uit basalt van lavastromen uit het
Nyambeni gebergte, met daarboven een laag van rijke bruine en grijze
vulkanische of zwarte grond, bezaaid met brokken puimsteen. De rotslaag
komt her en der aan de oppervlakte als lage heuvels of kopjes (uitstekende
rotspunten) en breekt zo het monotone droge landschap met struikgewas.
Het park wordt grofweg in tweeën gedeeld door de Rojewero rivier, die
een abrupte grens vormt tussen twee landschapstypen; aan de ene kant
strekken open grasvlakten zich uit tot de heuvels aan de voet van het
Nyambeni gebergte, terwijl aan de andere kant dicht Commiphora
struikgewas zich over een afstand van honderden kilometers uitstrekt
naar het noorden en oosten. Het droge landschap wordt doorsnede door
talrijke zandige lugga’s (droge rivierbeddingen). Er lopen 19 rivier en
kleinere stromen door het park; in 15 van deze staat het hele jaar door
water. Bovendien zijn er talrijke moerassen en bronnen op plaatsen waar
de lava op de rotsige onderlaag dun is, en op een breuklijn die van
Kinna in zuidwestelijke richting naar Kilimamieru loopt. De
belangrijkste bronnen zijn de Kithima ya Mugumu (vijgenboombronnen) en
Murera Springs. De voornaamste moerassen zijn Bisanadi, Buguma en Mulika.
bron: Out to Africa |